• Door naar de hoofd inhoud
  • Spring naar de voettekst
De Voort Advocaten Mediators Logo

De Voort Advocaten | Mediators

Toonaangevend advocatenkantoor gespecialiseerd in juridisch advies, procesbijstand en mediation voor ondernemingen, organisaties, overheden en particulieren. Onze ervaren specialisten blinken uit in strategisch inzicht, praktische oplossingen en heldere communicatie. Wij zetten ons in om samen met u uit te blinken en het beste resultaat te bereiken. Ontdek onze expertise en maatschappelijke betrokkenheid in de regio Tilburg.

  • Over ons
  • Expertises
  • Specialisten
  • Actueel
  • Werken bij
  • Contact
  • 013 466 88 88
  • Zoeken
  • NL
  • EN
  • Samen uitblinken.

    013 466 88 88

  • 013 466 88 88
  • Zoeken
  • NL
  • EN

Wetsvoorstel Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties en Rechtsvermoeden (VBAR)

mr. drs. Stefan Jansen

Home Actueel Wetsvoorstel Verduidelijking Beoordeling...
Gepubliceerd: 23 december 2025 Geschreven door: mr. drs. Stefan Jansen

Werknemer of zelfstandige? Wat de nieuwe Vbar-wet betekent voor uw arbeidsrelatie

Werknemer of zelfstandige? In het huidige arbeidsrecht bestaat onduidelijkheid over de kwalificatie van arbeidsrelaties. Het wetsvoorstel Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties en Rechtsvermoeden die op 7 juli 2025 door minister Van Hijum definitief is ingediend, beoogt meer duidelijkheid te scheppen omtrent artikel 610 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, waarin wordt bepaald wanneer sprake is van het verrichten van arbeid in dienst van een ander.

Doel wetsvoorstel

Met het voorstel worden twee hoofddoelen nagestreefd: de verduidelijking van de scheidslijn tussen zelfstandigen en werknemers en de introductie van het rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst. Een toetsingskader moet werkenden en werkgevenden meer duidelijkheid bieden over hun rechtspositie en schijnzelfstandigheid verminderen.

Werkzaamheden ‘in dienst van’ een ander

Het wetsvoorstel voorziet in een verduidelijking van de norm ‘werken in dienst van’ (gezag). De norm wordt gestructureerd en ingevuld door twee hoofdelementen: werken onder werkinhoudelijke en organisatorische sturing (werknemers) en werken voor eigen rekening en risico (zelfstandige). De hoofdelementen worden bij algemene maatregel van bestuur verder ingekleurd door indicaties (zie hierna).

Door middel van het toetsingskader wordt meer structuur aangebracht bij de beoordeling van ‘werken in dienst van’. De beoordeling begint met toetsing aan hoofdelement W (werkinhoudelijke en organisatorische sturing). Als dit hoofdelement in enige mate aanwezig is, kan er sprake zijn van een arbeidsovereenkomst. De W-indicaties worden vervolgens in samenhang bezien en gewogen met de contra-indicaties (hoofdelement Z). De hoofdelementen worden tegenover elkaar geplaatst en gewogen om te bepalen waar het zwaartepunt in de arbeidsrelatie ligt en of er sprake is van een gezagsverhouding.

Het toetsingskader van het Besluit Vbar

Met de Wet Vbar wordt dus een hanteerbaar toetsingskader geïntroduceerd ten behoeve van werkenden, werkgevenden en uitvoeringsorganisaties. Aan de hand van het toetsingskader kan worden beoordeeld of er sprake is van ‘werken in dienst van’ een ander.

De norm ‘werken in dienst van’ wordt ingevuld door twee hoofdelementen: werkinhoudelijke en organisatorische sturing en werken voor eigen rekening en risico. Deze hoofdelementen worden door middel van indicaties verder ingekleurd. Dat gebeurt met het Besluit verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties. Dit is een aanvulling op het wetsvoorstel Vbar.

In geval van ‘werken in dienst van’ moet er sprake zijn van arbeid die wordt verricht onder werkinhoudelijke of organisatorische sturing. Er mag geen sprake zijn van het verrichten van arbeid voor eigen rekening en risico. Beide hoofdelementen worden hieronder nader ingevuld aan de hand van vijf indicaties die aan de jurisprudentie zijn ontleend.

De W-indicaties: de indicaties die wijzen op werkinhoudelijke of organisatorische sturing

  1. De werkgever bevoegd is om aanwijzingen en instructies te geven over de wijze waarop de werknemer de werkzaamheden moet uitvoeren en de werknemer deze moet opvolgen;
  2. De werkgever de mogelijkheid heeft om de werkzaamheden van de werknemer te controleren en bevoegd is om op basis daarvan in te grijpen;
  3. De werkzaamheden worden verricht binnen het organisatorisch kader van de organisatie van de werkgever;
  4. De werkzaamheden een structureel karakter hebben binnen de organisatie; of
  5. De werknemer soortgelijke werkzaamheden verricht als andere werknemers.

De Z-indicaties: de indicaties die wijzen op een zelfstandige, het voor eigen rekening en risico verrichten van arbeid

  1. De financiële risico’s en resultaten van de werkzaamheden liggen bij degene die de arbeid verricht;
  2. Degene die de arbeid verricht zorgt voor een zelfstandige en voor derden als zodanig herkenbare uitvoering van de werkzaamheden;
  3. Degene die de arbeid verricht in het bezit is van een specifieke opleiding, werkervaring, kennis of vaardigheden, die in de organisatie waarin de arbeid wordt verricht niet structureel aanwezig is;
  4. Er sprake is van een korte duur van de opdracht of een beperkt aantal uren per week; of
  5. Er sprake is van kenmerken van degene die de arbeid verrichten die wijzen op ondernemerschap voor soortgelijke werkzaamheden.

Aan de hand van de twee hoofdelementen die in de wet worden opgenomen en de indicaties in de algemene maatregel van bestuur moet worden getoetst of sprake is van ‘werken in dienst van’ een ander of het verrichten van arbeid voor eigen rekening en risico. Op basis van de onderliggende indicaties wordt bepaald bij welk hoofdelement in de arbeidsrelatie het zwaartepunt ligt.

Rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst

Daarnaast wordt er in het wetsvoorstel een rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst geïntroduceerd op basis van een uurtarief. Dit rechtsvermoeden biedt ondersteuning aan werkenden voor wie het opeisen van hun rechtspositie het meest ingewikkeld kan zijn.

Door de introductie van het rechtsvermoeden kunnen werkenden die minder dan een bepaald uurtarief verdienen, hun rechtspositie in de toekomst makkelijker opeisen. Het rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst geldt bij een uurtarief onder de € 36,-. Zelfstandigen die minder dan € 36,- per uur verdienen, kunnen stellen dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst. Het is dan aan de opdrachtgever om te bewijzen dat dat niet het geval is.

Het rechtsvermoeden heeft uitsluitend civielrechtelijke werking. Dat betekent dat het rechtsvermoeden uitsluitend geldt tussen werkende en werkgevende. Derden, zoals de Belastingdienst, kunnen hier niet zelfstandig een beroep doen. Voor de volledigheid moet worden opgemerkt dat er niet wordt geregeld dat bij een uurtarief boven € 36,- automatisch een rechtsvermoeden van zelfstandigheid bestaat.

Als uiteindelijk blijkt dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst, betekent dit dat de zelfstandige dezelfde rechten krijgt als een werknemer. Dit houdt onder andere in dat de zelfstandige is verzekerd voor de werknemersverzekeringen en de arbeidswetten voortaan van toepassing zijn. Ook dient de werkgever voor de zelfstandige voortaan premies en belastingen af te dragen.

Handhaving

Het beoogde tijdstip van inwerkingtreding van de voorgestelde wetgeving is 1 juli 2026. Voor het wetsvoorstel is geen overgangsrecht voorzien. Dit houdt in dat de maatregelen vanaf 1 juli 2026 onmiddellijk van toepassing zijn op alle arbeidsovereenkomsten die op 1 juli 2026 bestaan, evenals op arbeidsovereenkomsten die op of na die datum ingaan.

Wat betekent dit voor u als opdrachtgever?

Als u werkzaam bent met zelfstandigen is het van belang om vanaf 1 juli 2026 rekening te houden met het nieuwe toetsingskader uit dit wetsvoorstel, voor de beoordeling of er sprake is van een werknemer of zelfstandige. Als u met zelfstandigen werkt van wie het uurtarief onder de € 36,- ligt, kunnen zij mogelijk een beroep doen op een rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst. U, als opdrachtgever, dient vervolgens aan te tonen dat hiervan géén sprake is. Als uiteindelijk blijkt dat er wel sprake is van een arbeidsovereenkomst, heeft de zelfstandige dezelfde rechten als een werknemer.

Heeft u een vraag naar aanleiding van dit wetsvoorstel of een andere vraag over het arbeidsrecht? Neem gerust contact op met ons  team arbeidsrecht advocaten. Wij helpen u graag verder.

Deel dit artikel via:
  • LinkedIn
  • E-mail
  • Print
  • PDF Button

mr. drs. Stefan Jansen

s.jansen@devoort.nl | 013-4668882

  • Arbeidsrecht
  • Medezeggenschapsrecht
  • Privacyrecht
Andere artikelen vanaf Stefan Jansen

Footer

Samen uitblinken

Onze advocaten en het ondersteunend personeel vormen een sterk, gedreven team. Samen werken we snel, accuraat en doelgericht om onze klanten maximaal te ondersteunen. Samen uitblinken is waar we voor staan.

Contactgegevens

De Voort Advocaten | Mediators

Professor Cobbenhagenlaan 75
5037 DB Tilburg
013 466 88 88 013 466 88 66 advocaten@devoort.nl

Postadres

Postbus 414
5000 AK Tilburg

Info

  • Juridische informatie
  • Faillissementen
  • Algemene voorwaarden
  • Rechtsgebiedenregister
  • Privacy & Disclaimer
  • Klachtenregeling
  • Sitemap

© 2026 · De Voort Advocaten | Mediators

  • Home
  • Sitemap
  • Contact
Website door PEP