Kinderalimentatie is een bijdrage van de ouder in de kosten van verzorging en opvoeding van zijn of haar kinderen. Dit kan worden betaald aan de andere ouder of aan het kind zelf wanneer het kind 18 jaar is geworden, en moet worden betaald totdat het kind de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt zolang een kind behoeftig is. Kinderalimentatie wordt vastgesteld aan de hand van het eigen aandeel in de kosten van de kinderen, de draagkracht en de eventuele inkomensvergelijking. Hierbij kan het Rapport Alimentatienormen 2026 handvatten bieden. In dit artikel wordt ingegaan hoe kinderalimentatie in de basis wordt vastgesteld.
Vaststelling eigen aandeel in de kosten van de kinderen
Het eigen aandeel wordt gebaseerd op het netto besteedbaar gezinsinkomen. Dit is het gezamenlijke inkomen dat de ouders tezamen hadden in de laatste periode dat zij met de kinderen een gezin vormden. Hieronder vallen ook het kindgebonden budget en andere aanspraken. Met behulp van het netto besteedbaar gezinsinkomen kan het eigen aandeel in de kosten van de kinderen worden bepaald. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de behoeftetabel uit het jaar dat de ouders voor het laatst een gezin vormden. Wanneer de ouders bijvoorbeeld voor het laatst een gezin vormden in 2025, wordt normaal gesproken de behoeftetabel uit 2025 gebruikt om het eigen aandeel vast te stellen. Bij de vaststelling van het eigen aandeel zijn ook andere factoren relevant waarmee rekening mee moet worden gehouden, zoals een aanzienlijke inkomensstijging van een ouder en bijzondere kosten voor de kinderen.
Indexering
Wanneer het eigen aandeel wordt vastgesteld op basis van het netto besteedbaar gezinsinkomen in een eerder jaar dan het jaar waarin de kinderalimentatie ingaat, wordt het eigen aandeel geïndexeerd naar het jaar van ingang. Hierbij wordt gebruik gemaakt van het indexeringspercentage, welk elk jaar verandert. In 2026 bedraagt het indexeringspercentage 4,6%.
Vaststelling draagkracht
De draagkracht is het bedrag dat een ouder kan bijdragen aan de kosten van de verzorging en de opvoeding van het kind. De berekening van de draagkracht is afhankelijk van het inkomen van een ouder: bij een inkomen lager dan € 2.200 wordt gebruik gemaakt van een draagkrachttabel en bij een inkomen gelijk aan of hoger dan € 2.200 wordt gebruik gemaakt van een vaste formule. Met niet verwijtbare en niet vermijdbare lasten wordt ook rekening gehouden bij de vaststelling van de draagkracht.
Inkomensvergelijking
Wanneer er onvoldoende draagkracht beschikbaar is om in het eigen aandeel van de kinderen te voorzien, moet de volledige draagkracht van de ouder worden bijgedragen. Als er sprake is van voldoende draagkracht, moet er een inkomensvergelijking worden uitgevoerd om te kunnen berekenen welk bedrag precies aan kinderalimentatie moet worden betaald. Het is namelijk niet de bedoeling dat de ouder, die de kinderalimentatie ontvangt, in een betere financiële positie terechtkomt dan de ouder, die de kinderalimentatie betaalt. Dit betekent dat wanneer de ontvangende ouder in een betere financiële positie terecht komt, het bedrag aan kinderalimentatie moet worden aangepast. Het bedrag wordt dan tot een zodanig bedrag verlaagd dat beide ouders een gelijk besteedbaar inkomen hebben. Ook dit wordt aan de hand van een bepaalde formule berekend. Vervolgens is het nog mogelijk dat een zorgkorting wordt toegepast op de kinderalimentatie. Wanneer dit wordt toegepast, moet de zorgkorting worden verminderd op de draagkracht van de betalende ouder. Op die manier wordt de uiteindelijke kinderalimentatie bepaald.
Zorgkorting
De zorgkorting is afhankelijk van het gemiddeld aantal dagen per week dat het kind doorbrengt bij de ouder waar het kind niet zijn hoofverblijf heeft. Die ouder voorziet dan namelijk zelf in een deel van de kosten van het kind en hoeft daardoor minder kinderalimentatie te betalen. De overeengekomen zorgverdeling heeft op die manier invloed op de te betalen kinderalimentatie. De zorgkorting wordt enkel toegepast als er voldoende draagkracht is en wordt bepaald door het onderstaande percentage te vermenigvuldigen met het eigen aandeel:
– 5 % bij gedeelde zorg gedurende minder dan 1 dag per week;
– 15 % bij gedeelde zorg op gemiddeld 1 dag per week;
– 25 % bij gedeelde zorg op gemiddeld 2 dagen per week;
– 35 % bij gedeelde zorg op gemiddeld 3 dagen per week.
Vragen
Na het doorlopen van al deze stappen kan de te betalen kinderalimentatie worden bepaald. Uiteraard bestaan hierop uitzonderingen. Meer weten over kinderalimentatie? Lees ook dit artikel.
Heeft u vragen over de uitzonderingen of over dit artikel, neem dan gerust contact op met één van onze familierecht advocaten.
