De wetgever zet opnieuw een stap richting meer grip op de positie en verblijfssituatie van arbeidsmigranten in Nederland. Aanleiding daarvoor is onder meer dat een aanzienlijk deel van de registraties in de Registratie Niet-Ingezetenen (RNI) niet klopt, terwijl sommige arbeidsmigranten al langere tijd in Nederland verblijven. Om dat beter in beeld te krijgen, wordt voorgesteld om uitleners een zogeheten bevorderings- en vergewisplicht op te leggen. Deze verplichtingen worden opgenomen in een voorgenomen wijziging van het Besluit allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Baadi). Het voorstel ligt momenteel ter internetconsultatie voor en staat dus nog niet vast.
RNI of BRP: waar zit precies het verschil?
De kern is eenvoudig: wie korter dan vier maanden in Nederland verblijft, kan worden geregistreerd in de RNI. Wie langer blijft, moet als ingezetene worden ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP) van de gemeente waar hij of zij woont. Bij een RNI-inschrijving krijgt de arbeidsmigrant wel al een burgerservicenummer (BSN), maar dat is dus niet hetzelfde als een volledige inschrijving als inwoner. In de praktijk is vooraf niet altijd duidelijk hoe lang iemand precies in Nederland zal verblijven. In dat geval kan eerst een RNI-registratie plaatsvinden. Zodra blijkt dat het verblijf toch langer dan vier maanden duurt, moet alsnog inschrijving in de BRP volgen.
Voor welke arbeidskrachten gelden deze verplichtingen eigenlijk?
De voorgestelde bevorderings- en vergewisplicht geldt niet voor iedere arbeidskracht. De grens ligt bij werknemers die minder verdienen dan 150% van het wettelijk minimumuurloon. Voor arbeidskrachten die boven die loongrens uitkomen, gelden deze nieuwe verplichtingen dus niet. Daarmee richt de maatregel zich vooral op de groep arbeidsmigranten die in de praktijk als extra kwetsbaar wordt beschouwd.
De bevorderingsplicht: informeren is verplicht
De bevorderingsplicht houdt in dat de uitlener de arbeidskracht actief en schriftelijk moet informeren over de rechten en plichten rond inschrijving in de BRP. Dat mag mondeling, digitaal of op papier, zolang de informatie maar duidelijk, begrijpelijk en toegankelijk is. Opvallend is dat deze informatie moet worden verstrekt in een taal waarvoor de arbeidskracht een voorkeur heeft. Dat is een ruimere eis dan op sommige andere onderdelen in de uitzendmarkt geldt. De informatie moet in elk geval betrekking hebben op de volgende aangiftes en verplichtingen:
- de aangifte van verblijf en adres;
- de aangifte van een adreswijziging of vertrek, inclusief de verplichtingen die daarbij kunnen rusten op ouders, voogden en verzorgers.
De vergewisplicht: eenmalig controleren, niet eindeloos najagen
Naast informeren moet de uitlener zich ook eenmalig ervan vergewissen dat de arbeidskracht daadwerkelijk als ingezetene in de BRP van de woongemeente staat ingeschreven. Die controle moet plaatsvinden in de zevende of achtste maand nadat de terbeschikkingstelling is gestart. De verplichting is echter niet onbeperkt. Als een arbeidskracht aangeeft niet te zijn ingeschreven, hoeft de uitlener niet ook nog zelfstandig uit te zoeken of dat terecht is. Ook bij een latere verhuizing ontstaat geen nieuwe vergewisplicht. De wetgever kiest hier dus bewust voor een beperkte controleverplichting. Bovendien is de manier waarop die controle plaatsvindt vormvrij: mondeling of schriftelijk is allebei toegestaan.
Vooralsnog is er nog geen afzonderlijke administratieplicht gekoppeld aan deze regels, omdat publiekrechtelijk toezicht en handhaving nog niet zijn ingericht. Dat neemt niet weg dat de verwachting is dat deze verplichtingen op termijn een plek krijgen in het normenkader van de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta).
Per saldo betekent dit voorstel vooral één ding: de regeldruk voor uitleners én arbeidskrachten neemt toe. De bedoeling van de maatregel is begrijpelijk, maar over de doelmatigheid en doeltreffendheid valt zeker nog het nodige te discussiëren.
Juridisch advies nodig?
Wilt u weten wat deze voorgenomen regels betekenen voor uw organisatie of wilt u alvast voorsorteren op de implementatie daarvan? Onze flexrecht advocaten denken graag met u mee. Ook voor vragen over de Wtta en andere ontwikkelingen binnen het arbeids- en uitzendrecht kunt u vanzelfsprekend contact met ons opnemen.
