Tineke Noordegraaf-van Dijke - De Voort Advocaten | Mediators https://devoort.nl/author/tineke-noordegraaf-van-dijke/ Toonaangevend advocatenkantoor gespecialiseerd in juridisch advies, procesbijstand en mediation voor ondernemingen, organisaties, overheden en particulieren. Onze ervaren specialisten blinken uit in strategisch inzicht, praktische oplossingen en heldere communicatie. Wij zetten ons in om samen met u uit te blinken en het beste resultaat te bereiken. Ontdek onze expertise en maatschappelijke betrokkenheid in de regio Tilburg. Mon, 20 Jul 2026 07:54:30 +0000 nl-NL hourly 1 https://wordpress.org/?v=7.0.7 https://devoort.nl/wp-content/uploads/2020/10/cropped-logo-de-voort-32x32.png Tineke Noordegraaf-van Dijke - De Voort Advocaten | Mediators https://devoort.nl/author/tineke-noordegraaf-van-dijke/ 32 32 Alimentatie: de kosten van de kinderen op een... https://devoort.nl/nieuws/alimentatie-de-kosten-van-de-kinderen-op-een-vakantie/ Mon, 20 Jul 2026 07:53:10 +0000 https://devoort.nl/?p=8939001792 De kosten van een vakantie met kinderen worden in principe betaald door de ouder die met de kinderen op vakantie gaat. Vakantiekosten vallen namelijk onder de verblijfskosten. Verblijfskosten zijn kosten die een ouder maakt wanneer de kinderen bij hem of haar verblijven. Indien de onderhoudsplichtige met zijn kinderen op vakantie wil, zal de kinderalimentatie niet wijzigen. Op voorhand is er door middel van de berekening van een zorgkorting rekening gehouden met eventuele vakanties van de onderhoudsplichtige en de kinderen. Ouders kunnen ook onderling afspraken maken over de kosten van een vakantie met of van kinderen, waaronder bijvoorbeeld de kosten van een kamp waaraan een kind deelneemt. Als hierover geen afspraken zijn gemaakt, hangt het antwoord op de vraag wie de kosten van het kamp betaalt van de vraag of er overeenstemming is, óf in wiens zorgperiode een kamp valt.

Het bericht Alimentatie: de kosten van de kinderen op een... verscheen eerst op De Voort Advocaten | Mediators.

]]>
Over de kosten voor de kinderen worden geregeld discussies gevoerd tussen ouders. Zo ook wie de kosten voor een vakantie met de kinderen moet betalen. Moet de ouder die op vakantie gaat dit zelf betalen of moeten beide ouders bijdragen aan de kosten voor een vakantie met de kinderen? Gezien het feit dat de zomervakantie er bijna aankomt, zal dit artikel verder ingaan op deze vraag. 

1. Wie moet de kosten voor de vakantie met de kinderen betalen?

De ouder die met de kinderen op vakantie gaat, zal de kosten zelf moeten dragen voor de vakantie. Vakanties vallen namelijk onder verblijfskosten en deze kunnen dan ook niet worden verhaald op de andere ouder.

2. Wat zijn verblijfskosten eigenlijk? 

Verblijfskosten zijn kosten die een ouder maakt wanneer de kinderen bij die betreffende ouder zijn. Deze kosten worden door beide ouders gemaakt en dienen zij zelf te betalen. Verblijfskosten worden dan ook niet betaald uit een eventuele kinderalimentatie die een ouder ontvangt.

3. Wat zijn andere voorbeelden van verblijfskosten?

Naast dat de kosten voor een vakantie onder verblijfskosten vallen, zijn er ook andere voorbeelden van verblijfskosten. Denk hierbij aan kosten voor:

  • eten;
  • lichaamsverzorging;
  • speelgoed;
  • uitstapjes;
  • hypotheekrente;
  • huur.

4. Moet de onderhoudsplichtige kinderalimentatie doorbetalen als hij zelf met de kinderen op vakantie gaat?

Ja, de onderhoudsplichtige is verplicht om iedere maand de kinderalimentatie te betalen. Daarbij maakt het geen verschil of de onderhoudsplichtige met de kinderen op vakantie is.

5. Wordt bij de onderhoudsplichtige rekening gehouden met de kosten van een vakantie met de kinderen?

Ja, bij de berekening van de kinderalimentatie wordt in principe rekening gehouden met de kosten van de kinderen tijdens een vakantie. Dit wordt gedaan door een zogenaamde zorgkorting toe te passen. Deze korting wordt namelijk in mindering gebracht op de te betalen kinderalimentatie. De hoogte van de zorgkorting is afhankelijk van de mate van zorg die de onderhoudsplichtige heeft voor de kinderen.
Wil je meer lezen over de kinderalimentatie en de zorgkorting, zie dan dit artikel over kinderalimentatie.

6. Kunnen partijen onderling afspraken maken over de kosten van een vakantie?

Ja, partijen mogen onderling zowel aanvullende als specifieke afspraken maken met elkaar met betrekking tot de kosten van een vakantie. Indien de situatie tussen partijen of voor één van de partijen wijzigt, dan kunnen partijen het ouderschapsplan wijzigen. Hiervoor is wel toestemming van beide partijen vereist. Deze afspraken kunnen worden opgenomen in het ouderschapsplan. Wanneer partijen het niet eens worden over dergelijke afspraken, kan hiervoor (ook) een mediator worden ingeschakeld.

7. Als een kind bijvoorbeeld op kamp wil, wie betaalt dan de kosten?

Het antwoord op deze vraag is afhankelijk van de vraag of de ouders overeenstemming hebben dat het kind op kamp gaat én in wiens zorgdagen een kamp plaatsvindt. Bij overeenstemming ligt het voor de hand dat beide ouders al dan niet naar rato van draagkracht bijdragen aan de kosten voor het kamp. Wanneer ouders geen overeenstemming hebben, kan één van de ouders ervoor kiezen om de kosten voor het kamp zelf te bekostigen. Op voorhand kunnen hierover ook afspraken worden gemaakt om discussies in de toekomst te voorkomen. Deze afspraken kunnen de ouders bijvoorbeeld in een ouderschapsplan neerleggen.

Heeft u vragen? 

Heeft u vragen over dit artikel of over de kinderalimentatie, neem dan gerust contact op met één van onze familierecht advocaten.

Het bericht Alimentatie: de kosten van de kinderen op een... verscheen eerst op De Voort Advocaten | Mediators.

]]>
Vaststelling van kinderalimentatie bij... https://devoort.nl/nieuws/vaststelling-van-kinderalimentatie-bij-minderjarige-kinderen/ Thu, 09 Jul 2026 09:13:37 +0000 https://devoort.nl/?p=8939001735 Kinderalimentatie is een bijdrage van de ouder in de kosten van verzorging en opvoeding van zijn of haar kinderen. Dit […]

Het bericht Vaststelling van kinderalimentatie bij... verscheen eerst op De Voort Advocaten | Mediators.

]]>
Kinderalimentatie is een bijdrage van de ouder in de kosten van verzorging en opvoeding van zijn of haar kinderen. Dit kan worden betaald aan de andere ouder of aan het kind zelf wanneer het kind 18 jaar is geworden, en moet worden betaald totdat het kind de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt zolang een kind behoeftig is. Kinderalimentatie wordt vastgesteld aan de hand van het eigen aandeel in de kosten van de kinderen, de draagkracht en de eventuele inkomensvergelijking. Hierbij kan het Rapport Alimentatienormen 2026 handvatten bieden. In dit artikel wordt ingegaan hoe kinderalimentatie in de basis wordt vastgesteld.

Vaststelling eigen aandeel in de kosten van de kinderen

Het eigen aandeel wordt gebaseerd op het netto besteedbaar gezinsinkomen. Dit is het gezamenlijke inkomen dat de ouders tezamen hadden in de laatste periode dat zij met de kinderen een gezin vormden. Hieronder vallen ook het kindgebonden budget en andere aanspraken. Met behulp van het netto besteedbaar gezinsinkomen kan het eigen aandeel in de kosten van de kinderen worden bepaald. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de behoeftetabel uit het jaar dat de ouders voor het laatst een gezin vormden. Wanneer de ouders bijvoorbeeld voor het laatst een gezin vormden in 2025, wordt normaal gesproken de behoeftetabel uit 2025 gebruikt om het eigen aandeel vast te stellen. Bij de vaststelling van het eigen aandeel zijn ook andere factoren relevant waarmee rekening mee moet worden gehouden, zoals een aanzienlijke inkomensstijging van een ouder en bijzondere kosten voor de kinderen.

Indexering

Wanneer het eigen aandeel wordt vastgesteld op basis van het netto besteedbaar gezinsinkomen in een eerder jaar dan het jaar waarin de kinderalimentatie ingaat, wordt het eigen aandeel geïndexeerd naar het jaar van ingang. Hierbij wordt gebruik gemaakt van het indexeringspercentage, welk elk jaar verandert. In 2026 bedraagt het indexeringspercentage 4,6%.

Vaststelling draagkracht

De draagkracht is het bedrag dat een ouder kan bijdragen aan de kosten van de verzorging en de opvoeding van het kind. De berekening van de draagkracht is afhankelijk van het inkomen van een ouder: bij een inkomen lager dan € 2.200 wordt gebruik gemaakt van een draagkrachttabel en bij een inkomen gelijk aan of hoger dan € 2.200 wordt gebruik gemaakt van een vaste formule. Met niet verwijtbare en niet vermijdbare lasten wordt ook rekening gehouden bij de vaststelling van de draagkracht.

Inkomensvergelijking

Wanneer er onvoldoende draagkracht beschikbaar is om in het eigen aandeel van de kinderen te voorzien, moet de volledige draagkracht van de ouder worden bijgedragen. Als er sprake is van voldoende draagkracht, moet er een inkomensvergelijking worden uitgevoerd om te kunnen berekenen welk bedrag precies aan kinderalimentatie moet worden betaald. Het is namelijk niet de bedoeling dat de ouder, die de kinderalimentatie ontvangt, in een betere financiële positie terechtkomt dan de ouder, die de kinderalimentatie betaalt. Dit betekent dat wanneer de ontvangende ouder in een betere financiële positie terecht komt, het bedrag aan kinderalimentatie moet worden aangepast. Het bedrag wordt dan tot een zodanig bedrag verlaagd dat beide ouders een gelijk besteedbaar inkomen hebben. Ook dit wordt aan de hand van een bepaalde formule berekend. Vervolgens is het nog mogelijk dat een zorgkorting wordt toegepast op de kinderalimentatie. Wanneer dit wordt toegepast, moet de zorgkorting worden verminderd op de draagkracht van de betalende ouder. Op die manier wordt de uiteindelijke kinderalimentatie bepaald.

Zorgkorting

De zorgkorting is afhankelijk van het gemiddeld aantal dagen per week dat het kind doorbrengt bij de ouder waar het kind niet zijn hoofverblijf heeft. Die ouder voorziet dan namelijk zelf in een deel van de kosten van het kind en hoeft daardoor minder kinderalimentatie te betalen. De overeengekomen zorgverdeling heeft op die manier invloed op de te betalen kinderalimentatie. De zorgkorting wordt enkel toegepast als er voldoende draagkracht is en wordt bepaald door het onderstaande percentage te vermenigvuldigen met het eigen aandeel:

– 5 % bij gedeelde zorg gedurende minder dan 1 dag per week;

– 15 % bij gedeelde zorg op gemiddeld 1 dag per week;

– 25 % bij gedeelde zorg op gemiddeld 2 dagen per week;

– 35 % bij gedeelde zorg op gemiddeld 3 dagen per week.

Vragen

Na het doorlopen van al deze stappen kan de te betalen kinderalimentatie worden bepaald. Uiteraard bestaan hierop uitzonderingen. Meer weten over kinderalimentatie? Lees ook dit artikel.

Heeft u vragen over de uitzonderingen of over dit artikel, neem dan gerust contact op met één van onze familierecht advocaten.

Het bericht Vaststelling van kinderalimentatie bij... verscheen eerst op De Voort Advocaten | Mediators.

]]>
Het indexeringspercentage voor de... https://devoort.nl/nieuws/het-indexeringspercentage-voor-de-kinderalimentatie-in-2026-is-bekend/ Fri, 21 Nov 2025 12:46:19 +0000 https://devoort.nl/?p=8939001357 Per 1 januari 2026 zal de wettelijke indexering van zowel kinder- als partneralimentatie 4,6% bedragen. Deze jaarlijkse indexering is wettelijk […]

Het bericht Het indexeringspercentage voor de... verscheen eerst op De Voort Advocaten | Mediators.

]]>
Per 1 januari 2026 zal de wettelijke indexering van zowel kinder- als partneralimentatie 4,6% bedragen.

Deze jaarlijkse indexering is wettelijk voorgeschreven en heeft tot doel de alimentatiebedragen aan te passen aan de stijgende kosten van levensonderhoud. Het percentage wordt afgeleid van de gemiddelde loonontwikkeling in Nederland over het voorafgaande jaar.

Voor 2026 bedraagt het indexeringspercentage 4,6%. Dit betekent dat alimentatiebedragen die niet zijn uitgesloten van wettelijke indexering automatisch per 1 januari 2026 moeten worden verhoogd met dit percentage. Alleen wanneer partijen in een overeenkomst uitdrukkelijk hebben bepaald dat de wettelijke indexering niet van toepassing is, blijft de automatische verhoging achterwege.

Alimentatieplichtigen dienen vanaf 1 januari 2026 zelf het verhoogde bedrag aan de alimentatiegerechtigde te voldoen. Wanneer de verhoging niet uit eigen beweging wordt toegepast, kan de alimentatiegerechtigde daarop wijzen en zo nodig alsnog aanspraak maken op betaling. Niet-betaalde geïndexeerde alimentatie kan tot vijf jaar terug worden ingevorderd. Het is daarom raadzaam dat alimentatieplichtigen de jaarlijkse indexering tijdig en correct doorvoeren.

Met behulp van de rekentool van het LBIO kan eenvoudig worden vastgesteld welk bedrag precies vanaf 1 januari 2026 verschuldigd is. Heeft u vragen over de indexering van alimentatie of wilt u juridisch advies over uw situatie, neem dan contact op met Tineke Noordegraaf-van Dijke of Melanie Vreeswijk.

Het bericht Het indexeringspercentage voor de... verscheen eerst op De Voort Advocaten | Mediators.

]]>
Per 1 januari 2025 wordt de alimentatie... https://devoort.nl/nieuws/per-1-januari-2025-wordt-de-alimentatie-geindexeerd-met-65/ Wed, 06 Nov 2024 10:56:44 +0000 https://devoort.nl/?p=8939000805 Op 25 oktober 2024 heeft de rijksoverheid het indexeringspercentage voor zowel de verschuldigde kinder- als de partneralimentatie per 1 januari […]

Het bericht Per 1 januari 2025 wordt de alimentatie... verscheen eerst op De Voort Advocaten | Mediators.

]]>
Op 25 oktober 2024 heeft de rijksoverheid het indexeringspercentage voor zowel de verschuldigde kinder- als de partneralimentatie per 1 januari 2025 bekend gemaakt, zie hiervoor dit nieuwsbericht. Deze wettelijke indexering is bedoeld ter compensatie voor de gestegen kosten van levensonderhoud. Het percentage voor indexering van de alimentatie is gelijk aan de gemiddelde loonstijging per jaar in Nederland.

Het percentage waarmee de alimentatie per 1 januari 2025 zal worden verhoogd bedraagt 6,5%. De jaarlijkse indexering van de alimentatie is verplicht op grond van de Nederlandse wetgeving, tenzij de wettelijke indexering is uitgesloten en/of partijen andere afspraken hebben gemaakt. Middels de rekentool van de website van het LBIO kan de geïndexeerde alimentatie voor het jaar 2025 berekend worden.

Tenzij wettelijke indexering is uitgesloten, zal de verhoging in de meeste gevallen dus automatisch van toepassing zijn. Indien de alimentatieplichtige niet uit zichzelf per 1 januari het verhoogde bedrag overmaakt, dient de alimentatiegerechtigde dit aan de alimentatieplichtige kenbaar te maken. Niet-betaalde geïndexeerde alimentatie kan tot vijf jaar voorafgaand aan de niet-betaling alsnog geïncasseerd worden. De alimentatieplichtige doet er om die reden verstandig aan de geïndexeerde alimentatie ieder jaar vanaf 1 januari aan de alimentatiegerechtigde te voldoen.

De alimentatie indexering in 2025 is opnieuw hoog: de afgelopen jaren was de indexering als volgt:

2025:     6,5%

2024:     6,2%

2023:     3,4%

2022:     1,9%

2021:     3,0%

2020:     2,5%

Dit betekent (als rekenvoorbeeld) dat een alimentatiebedrag per 2019 ad € 250 per maand, per 1 januari 2025 € 314,53 bedraagt. Heeft u vragen of wilt u advies inwinnen over (de indexering van) alimentatie, neem dan contact op met Tineke Noordegraaf-van Dijke of Melanie Vreeswijk.

Het bericht Per 1 januari 2025 wordt de alimentatie... verscheen eerst op De Voort Advocaten | Mediators.

]]>
Dag van de scheiding 2024 https://devoort.nl/nieuws/dag-van-de-scheiding-2024/ Thu, 12 Sep 2024 13:28:28 +0000 https://devoort.nl/?p=8939000717 Vereniging van Familierecht Advocaten en Scheidingsmediators (vFAS) heeft jaren terug “de Dag van de Scheiding” in het leven geroepen om […]

Het bericht Dag van de scheiding 2024 verscheen eerst op De Voort Advocaten | Mediators.

]]>
Vereniging van Familierecht Advocaten en Scheidingsmediators (vFAS) heeft jaren terug “de Dag van de Scheiding” in het leven geroepen om meer aandacht te vragen voor de noodzaak van goede begeleiding van partners die besluiten om te scheiden. Dit jaar staat de Dag van de Scheiding in het teken van samenwoners en luidt het thema: “Scheiden samenwoners ook?”.

Het aantal ongehuwde samenwoners in Nederland is de afgelopen jaren flink gegroeid. Daarmee neemt ook het aantal samenwoners dat uit elkaar gaat toe. We noemen deze groep ook wel informeel samenlevers. Op papier is er tussen de partners niks geregeld, terwijl zij vaak wel samen eigenaar zijn van goederen (zoals een huis, inboedel en beleggingen) en/of hebben (mee)betaald aan die goederen.  Hier kunnen allerlei discussies over ontstaan indien de partners besluiten uit elkaar te gaan.

Samenlevingsovereenkomst
In een samenlevingsovereenkomst worden afspraken gemaakt die gelden tijdens de samenleving. In de overeenkomst zijn afspraken over de verdeling van de kosten van de huishouding of de investering in gezamenlijke goederen of het goed van een ander, doorgaans een vast onderdeel. Indien besloten wordt de relatie te beëindigen, kan op basis van de gemaakte afspraken in de samenlevingsovereenkomst met elkaar worden afgerekend.

De groep die net al kort werd benoemd, de informeel samenwoners, leven samen zonder samenlevingsovereenkomst. Voor deze groep kunnen de nodige complicaties ontstaan indien zij besluiten de samenwoning te beëindigen. Hierbij is het belangrijk om te vermelden dat zij niet kunnen terugvallen op de wettelijke regels die op een huwelijk van toepassing zijn.

Om discussie en onzekerheid te voorkomen, is het belangrijk dat samenwoners afspraken maken over de samenleving. Heeft u vragen? Neem dan gerust contact op met Tineke Noordegraaf-Van Dijke of mr. Melanie Vreeswijk.

Het bericht Dag van de scheiding 2024 verscheen eerst op De Voort Advocaten | Mediators.

]]>
Op vakantie met kinderen van gescheiden ouders? https://devoort.nl/nieuws/op-vakantie-met-kinderen-van-gescheiden-ouders/ Thu, 13 Jun 2024 14:34:59 +0000 https://devoort.nl/?p=8939000585 Met de meivakantie achter de rug en de zomervakantie in het vooruitzicht, is het belangrijk om toestemming te vragen aan […]

Het bericht Op vakantie met kinderen van gescheiden ouders? verscheen eerst op De Voort Advocaten | Mediators.

]]>
Met de meivakantie achter de rug en de zomervakantie in het vooruitzicht, is het belangrijk om toestemming te vragen aan de (andere) gezaghebbende ouder indien er een vakantie naar het buitenland gepland staat én de gezaghebbende ouders niet samen mee op vakantie gaan. In onderstaande blog leest u daar meer over.

In de meeste gevallen hebben beide ouders het ouderlijk gezag over het kind. Als partners gescheiden zijn of de samenleving of geregistreerd partnerschap beëindigd hebben, behouden zij in principe beiden gezamenlijk het ouderlijk gezag. Indien een gezaghebbende ouder met zijn of haar kind jonger dan 18 jaar naar het buitenland wil reizen, moet de andere gezaghebbende ouder hiervoor toestemming verlenen. Dit geldt ook in de situatie waarbij ouders niet gescheiden of uit elkaar zijn, maar waarvan maar één ouder met het kind naar het buitenland reist en de (andere) gezaghebbende ouder thuisblijft. Ook deze ouder heeft toestemming nodig van de thuisblijvende ouder.

Ouders die geen ouderlijk gezag over hun kind hebben, mogen ook met hun kind naar het buitenland reizen, maar ook zij dienen hiervoor toestemming te hebben van de ouder die wel het ouderlijk gezag over het kind heeft.

Bij een grenscontrole (bijvoorbeeld op het vliegveld) is het aantonen van een toestemmingsformulier ingevuld door de (andere) gezaghebbende ouder verplicht. Ook dient de ouder een kopie van het paspoort of de identiteitskaart van de gezaghebbende ouder die toestemming heeft gegeven bij zich te hebben. Daarnaast gelden aanvullende eisen afhankelijk van uw gezinssituatie. Zie hiervoor bijgaande links:

In sommige landen, zoals Zuid-Afrika, gelden er aanvullende eisen voor het reizen met kinderen. Bij de ambassade van het vakantieland kan hier naar geïnformeerd worden.

Reist een ouder met meerdere minderjarigen naar het buitenland, moet er per minderjarige een toestemmingsformulier ingevuld worden door de (andere) gezaghebbende ouder.

Weigert de gezaghebbende ouder toestemming te geven en het formulier in te vullen? Dan kan bij de rechter om vervangende toestemming worden verzocht. De rechter stelt bij het maken van een beslissing altijd het belang van het kind voorop.

De reizende ouder doet er verstandig aan om de reisplannen voldoende duidelijk te communiceren naar de (andere) gezaghebbende ouder, met het kind binnen de schoolvakanties te reizen indien het kind leerplichtig is en niet te reizen naar een land of gebied met een negatief reisadvies.

Naast het ingevulde toestemmingsformulier is het van belang om ervoor te zorgen dat andere reisdocumentatie up-to-date is. Vergeet ook niet de gegevens van de zorgverzekering uit te wisselen.

Twijfelt u of u toestemming nodig heeft of wilt u over een andere kwestie advies inwinnen? Neem dan gerust contact op met Melanie Vreeswijk.

Het bericht Op vakantie met kinderen van gescheiden ouders? verscheen eerst op De Voort Advocaten | Mediators.

]]>
Samenwonen en investeren? Let op! https://devoort.nl/nieuws/samenwonen-en-investeren-let-op/ Mon, 25 Mar 2024 15:15:47 +0000 https://devoort.nl/?p=8939000446 Recent heeft de Hoge Raad een arrest gewezen waarin de vergoedingsrechten bij informeel samenlevers aan bod kwamen. Dit onderwerp speelt […]

Het bericht <strong>Samenwonen en investeren? Let op!</strong> verscheen eerst op De Voort Advocaten | Mediators.

]]>
Recent heeft de Hoge Raad een arrest gewezen waarin de vergoedingsrechten bij informeel samenlevers aan bod kwamen. Dit onderwerp speelt al jaren een belangrijke rol binnen het familierecht.

Informeel samenlevers zijn partners die zonder huwelijk, geregistreerd partnerschap of samenlevingsovereenkomst samenwonen op basis van een affectieve relatie. Op papier is er in dat geval tussen de partners niks geregeld, terwijl zij vaak wel goederen samen hebben aangeschaft en, al dan niet in overleg, een verdeling hebben gemaakt voor de kosten van de huishouding. Dit kan problematisch worden in de situaties waarin de partners besluiten de relatie te verbreken. Wat is dan van wie en hoe verdeel je het vermogen wat mogelijk samen is opgebouwd?

In 2019 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de vergoedingsrechten uit boek 1 BW die voor gehuwden en geregistreerd partners gelden, niet overeenkomstig van toepassing zijn op informeel samenlevers. Dit betekent dat zij moeten terugvallen op het ‘gewone’ verbintenissenrecht. Recent is er weer een uitspraak geweest van de Hoge Raad over informeel samenlevers.

In de zaak ging het om een man en vrouw die van 1999 tot 2018 een affectieve relatie hebben gehad. Begin oktober 2003 hebben zij gezamenlijk een woning gekocht waarin zij ook zijn gaan wonen. Zij hebben samen voor de aankoop van de woning een spaarzeker-hypotheek en overbruggingslening afgesloten van € 214.000. De man heeft in 2004 met het geld dat hij heeft ontvangen na de verkoop van zijn eigen woning, de overbruggingslening volledig afgelost. In november 2015 hebben de man en de vrouw een notariële samenlevingsovereenkomst afgesloten. Op enig moment daarna is de relatie beëindigd en in 2018 heeft de vrouw de woning verlaten. De vrouw vorderde te bepalen dat de helft van de waarde van de spaarzeker-verzekering aan haar zou toekomen. De man vorderde onder meer te bepalen dat aan hem een vergoedingsrecht toekomt ter zake van door hem gedane investeringen. In dat verband heeft de vrouw een beroep op verjaring gedaan.

De Hoge Raad oordeelde nogmaals dat de wet geen regeling kent voor vergoedingsrechten van informeel samenlevers in verband met vermogensverschuivingen tussen de vermogens van de partners. In de situatie waarin informeel samenlevers ongelijk hebben bijgedragen aan de financiering van een gemeenschappelijk goed, moet aan de hand van het algemene vermogensrecht beoordeeld worden of er niet toch een vergoedingsrecht geldend kan worden gemaakt.

Hierdoor kwam in bovenstaande zaak geen vergoedingsrecht toe aan de man zoals dat in boek 1 BW is omschreven. Het gevolg hiervan is dat op de investering van de man de beleggingsleer niet van toepassing is, en de waardestijging van zijn investering daardoor niet wordt meegenomen in de vergoeding. De vergoeding zou dan, in beginsel, enkel bestaan uit het bedrag wat destijds is geïnvesteerd.

Informeel samenlevers kunnen geen beroep doen op de wettelijke regels omtrent vergoedingsrechten uit boek 1 BW zoals die voor gehuwden of geregistreerd partners gelden en moeten terugvallen op het ‘gewone’ verbintenissenrecht uit boek 3 BW. Dit kan in bepaalde situaties tot onredelijk (voelende) uitkomsten leiden. Het is daarom belangrijk om u goed te laten adviseren als u besluit samen te gaan wonen zonder het sluiten van een huwelijk, geregistreerd partnerschap of samenlevingsovereenkomst én om samen met uw partner stil te staan bij wat u over en weer belangrijk vindt. Zie hiervoor ook onze blog over premarital mediation.

Heeft u vragen over de inhoud van een samenlevingsovereenkomst, het voorkomen van problemen hierover of wilt u meer informatie over informeel samenlevers? Neem gerust contact op met Tineke Noordegraaf-Van Dijke.

Het bericht <strong>Samenwonen en investeren? Let op!</strong> verscheen eerst op De Voort Advocaten | Mediators.

]]>
De onderhoudsplicht bij stiefouderschap https://devoort.nl/nieuws/de-onderhoudsplicht-bij-stiefouderschap/ Thu, 01 Feb 2024 15:53:41 +0000 https://devoort.nl/?p=8939000270 Ouders zijn verplicht naar draagkracht bij te dragen in de kosten van opvoeding en verzorging hun kinderen. Dit is in […]

Het bericht De onderhoudsplicht bij stiefouderschap verscheen eerst op De Voort Advocaten | Mediators.

]]>
Ouders zijn verplicht naar draagkracht bij te dragen in de kosten van opvoeding en verzorging hun kinderen. Dit is in de basis ook ingevoerd voor stiefouders. Dit is echter gebeurd in een tijd dat er nog niet zo veel samengestelde gezinnen bestonden. Samengestelde gezinnen komen nu veel vaker voor, met als gevolg veel stiefouders en stiefkinderen.

Er zijn verschillende situaties waarin de nieuwe partner van de ouder onderhoudsplichtig zou kunnen worden naar het kind van de ouder. Hieronder wordt toegelicht in welke situaties de nieuwe partner onderhoudsplichtig kan zijn en welke rechten en verplichtingen daarbij komen kijken.

Volgens de wet is er sprake van stiefouderschap als de stiefouder is getrouwd of een geregistreerd partnerschap aangaat met een partner die een kind onder de 21 jaar heeft. Stiefouders hebben een onderhoudsverplichting naar het kind van zijn of haar partner als aan de volgende twee vereisten is voldaan:

1. De stiefouder is getrouwd of heeft een geregistreerd partnerschap met een ouder van de kinderen.

2. De kinderen van de partner van de stiefouder behoren tot het gezin. Dat is het geval wanneer de kinderen op hetzelfde adres staan ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie als de stiefouder.

Het laatste criterium wordt echter ruim geïnterpreteerd. Zo valt een kind dat studeert en op kamers woont, ook tot het gezin en is bij co-ouderschap soms sprake van inschrijving bij de andere partner.

De onderhoudsplicht eindigt indien het huwelijk of het geregistreerd partnerschap tussen de stiefouder en de ouder van het kind wordt verbroken. Stiefouders zijn dus na de scheiding niet verplicht om kinderalimentatie te betalen voor het stiefkind.

De onderhoudsplicht bij stiefouderschap is een omstreden onderwerp. Volgens deskundigen leidt het tot een ingewikkeld stelsel dat procedures oproept om de alimentatie voor de kinderen te laten aanpassen. Het berekenen van alimentatieverplichtingen in samengestelde gezinnen kan uitermate gecompliceerd zijn. Soms leiden berekeningen tot onevenredige situaties.

De nieuwe partner wordt ook onderhoudsplichtig als hij samen met een andere ouder het gezag over het kind uitoefent. Hiervoor hoeft geen sprake te zijn van een huwelijk of geregistreerd partnerschap. Deze onderhoudsplicht eindigt als het kind de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt. Dit is dus hetzelfde als de onderhoudsplicht van ouders jegens hun kind. Als de relatie verbroken wordt, maar het gezamenlijk gezag blijft in stand, dan blijft ook de onderhoudsplicht bestaan. Als het gezamenlijk gezag eindigt na het verbreken van de relatie, dan blijft de onderhoudsplicht nog voortduren zolang het gezag heeft geduurd, maar uiterlijk tot het kind de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt.

Er geldt in beginsel geen rangorde tussen ouders en stiefouders. De rechtspraak toont echter aan dat er veel ruimte is voor maatwerk. Procederen over dit onderwerp kan tot onvoorspelbare uitkomsten leiden. Zo oordeelde de Rechtbank Overijssel in 2017 dat het, gelet op de omstandigheden, onredelijk was de draagkracht van de stiefouder mee te nemen, omdat hij het hoogste inkomen genereerde, het grootste gedeelte van de behoefte daarmee voor zijn rekening zou komen én beide ouders genoeg draagkracht hadden om in de kosten van de kinderen te voorzien.

Ook de Rechtbank Rotterdam nam in 2020 het aandeel van de stiefvader op beperkte wijze mee bij de verdeling van de draagkracht, namelijk voor een kwart, omdat er sprake was van een recent huwelijk van circa een jaar en de kinderen maar de helft van de tijd bij de stiefvader doorbrachten.

Uit de rechtspraak concluderen we vooralsnog dat wanneer de niet-stiefouders voldoende draagkracht hebben er niet, dan wel gering, een beroep wordt gedaan op de stiefouder. Heeft u vragen over de onderhoudsverplichtingen van stiefouders of wilt u over een andere kwestie advies inwinnen? Neem dan gerust contact op met Tineke Noordegraaf-van Dijke.

Het bericht De onderhoudsplicht bij stiefouderschap verscheen eerst op De Voort Advocaten | Mediators.

]]>
1 jaar forfaitaire berekening partneralimentatie https://devoort.nl/nieuws/1-jaar-forfaitaire-berekening-partneralimentatie/ Thu, 04 Jan 2024 15:51:31 +0000 https://devoort.nl/?p=8939000216 In deze blog zal het systeem en wat de redenen waren om deze wijziging door te voeren, kort worden aangestipt. Ook zal de tendens in de rechtspraak worden behandeld.

Het bericht 1 jaar forfaitaire berekening partneralimentatie verscheen eerst op De Voort Advocaten | Mediators.

]]>
Sinds 1 januari 2023 wordt de draagkracht bij partneralimentatie in beginsel forfaitair berekend. Dit is vergelijkbaar met de wijze waarop dat sinds 1 april 2013 voor de kinderalimentatie al het geval was. In deze blog zal het systeem en wat de redenen waren om deze wijziging door te voeren, kort worden aangestipt. Ook zal de tendens in de rechtspraak worden behandeld.

Tot 1 januari 2023 werd bij het vaststellen van de draagkracht van de alimentatieplichtige rekening gehouden met zijn of haar werkelijke woonlasten en een forfaitair bedrag voor kosten levensonderhoud van € 1.140. Vanaf 1 januari 2023 wordt gerekend met een woonbudget van 30% van het netto besteedbaar inkomen van de alimentatieplichtige en een forfaitair bedrag voor de kosten van levensonderhoud van € 1.175.

Doordat er gerekend werd met werkelijke woonlasten ontstond er vaak discussie over of er sprake was van, al dan niet tijdelijk, buitengewoon hoge of buitengewoon lage kosten. Dit heeft men willen voorkomen door invoering van het forfaitaire bedrag, maar dat leidt niet altijd tot een evenwichtige uitkomst. Dit was één reden om de draagkracht forfaitair te berekenen. Daarnaast wilde de Expertgroep weer terug naar één rekensysteem, waarbij zowel de kinder- als partneralimentatie forfaitair berekend wordt. Ook was eenvoudigheid én een meer voorspelbare uitkomst een reden om de wijziging door te voeren.

Ondertussen zijn we een jaar verder en zien we de forfaitaire benadering terug in de rechtspraak. Vaak wordt het forfait gewoonweg gehanteerd. Maar, indien de woonlasten van de onderhoudsplichtige duurzaam aanmerkelijk hoger zijn dan het woonbudget, kan hier rekening mee worden gehouden, mits deze lasten “niet vermijdbaar” zijn en het bestaan daarvan niet aan de onderhoudsplichtige kan worden verweten. 

Er zijn echter ook uitspraken waarbij er van het forfait werd afgeweken bij werkelijk lagere lasten. Zo rekende de Rechtbank Gelderland en de Rechtbank Limburg bijvoorbeeld met de werkelijk lagere lasten van de alimentatieplichtige omdat er anders een tekort aan draagkracht zou zijn voor het betalen van de partneralimentatie. De hoogte van de werkelijke woonlasten stond vast en het was niet te verwachten dat deze op korte termijn wezenlijk zouden veranderen.

Uit de rechtspraak blijkt dus dat afwijking mogelijk is, maar dat er terughoudend mee wordt omgegaan. Onderbouwing en motivering waarom afgeweken zou moeten worden voor de standaard, is dan aan de orde. En wat is dan redelijk?

Wilt u advies over de berekening van partneralimentatie? Neem dan contact op met Tineke Noordegraaf-Van Dijke via t.noordegraaf@devoort.nl of 013-4668862.

Het bericht 1 jaar forfaitaire berekening partneralimentatie verscheen eerst op De Voort Advocaten | Mediators.

]]>
Indexering alimentatie 2024 https://devoort.nl/nieuws/indexering-alimentatie-2024/ Thu, 02 Nov 2023 10:03:42 +0000 https://devoort.nl/?p=8939000052 Recentelijk is de hoogte van de alimentatie-indexering voor het jaar 2024 bekendgemaakt. De bedragen voor levensonderhoud (alimentatie) worden jaarlijks met […]

Het bericht Indexering alimentatie 2024 verscheen eerst op De Voort Advocaten | Mediators.

]]>
Recentelijk is de hoogte van de alimentatie-indexering voor het jaar 2024 bekendgemaakt. De bedragen voor levensonderhoud (alimentatie) worden jaarlijks met een bepaald percentage geïndexeerd. In de wet is bepaald dat het percentage voor indexering gelijk is aan het percentage waarmee de lonen in Nederland dat jaar gemiddeld zijn gestegen.

Het percentage waarmee de alimentatiebedragen per 1 januari 2024 (moeten) worden verhoogd bedraagt 6,2%. Dit is een aanzienlijke stijging vergeleken met 1 januari 2023, toen het 3,4% bedroeg. De jaarlijkse aanpassing van de alimentatiebedragen heeft invloed op iedereen die kinder- en/of partneralimentatie betaalt of ontvangt.

De alimentatie indexering is verplicht volgens de Nederlandse wetgeving, tenzij anders is overeengekomen. Wilt u de indexering berekenen? Het LBIO heeft hier een handige rekentool voor: https://lbio.nl/indexering-alimentatie/.

Heeft u vragen of wilt u advies over de indexering of over alimentatie in het algemeen? Neem dan contact op met Tineke Noordegraaf-Van Dijke.

Het bericht Indexering alimentatie 2024 verscheen eerst op De Voort Advocaten | Mediators.

]]>