{"id":8939000115,"date":"2023-12-04T10:45:08","date_gmt":"2023-12-04T09:45:08","guid":{"rendered":"https:\/\/devoort.nl\/?p=8939000115"},"modified":"2024-04-23T09:34:46","modified_gmt":"2024-04-23T07:34:46","slug":"onrechtmatige-concurrentie-zonder-concurrentiebeding","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/devoort.nl\/en\/uncategorized\/onrechtmatige-concurrentie-zonder-concurrentiebeding\/","title":{"rendered":"Onrechtmatige concurrentie zonder concurrentiebeding?"},"content":{"rendered":"\n

<\/p>\n\n\n\n

Stel dat je met jouw werknemer geen of geen geldig concurrentie- of relatiebeding overeen bent gekomen in de arbeidsovereenkomst. Staat het die werknemer dan vrij om zelf een onderneming te beginnen die dezelfde activiteiten als jouw onderneming uitoefent? De Voorzieningenrechter<\/a> oordeelde in een zaak<\/a> dat twee ex-werknemers inderdaad een concurrerende onderneming op mochten zetten. Sta je als werkgever altijd met lege handen als je geen concurrentiebeding hebt afgesproken? Of is mogelijk sprake van onrechtmatige concurrentie zonder concurrentiebeding?<\/p>\n\n\n\n

Wat was er aan de hand?<\/h2>\n\n\n\n

Twee trainers trainen op basis van een overeenkomst van opdracht klanten van de sportscholen van hun opdrachtgever. Die lessen worden gegeven met behulp van EMS-apparatuur. De trainers hebben een andere visie op het trainen en willen in eerste instantie een van de sportscholen overnemen. Als de eigenaar hier niet mee akkoord gaat, vatten de trainers het plan op om een eigen sportschool te openen. Het idee is om de EMS-apparatuur af te nemen bij de eigenaar van de sportschool. Deze laatste gaat daarmee niet akkoord, omdat hij bang is voor concurrentie. Van belang is dat partijen geen concurrentie- en\/of relatiebeding zijn overeengekomen.<\/p>\n\n\n\n

De opdrachtgever be\u00ebindigt vervolgens de overeenkomst van opdracht met de trainers. De trainers benaderen vervolgens 38 klanten van de sportscholen en  bieden de eerste les gratis aan in hun nieuwe sportschool. In het bericht staat ook dat de klanten het stil moeten houden omdat de trainers aangeven dat ze de klanten eigenlijk niet mogen benaderen. Een week later sturen de trainers nog een laatste bericht naar de 38 klanten waarin staat dat ze officieel gaan beginnen en dat ze een nieuwe leverancier voor de EMS-apparatuur hebben gevonden. Daarbij geven ze ook aan dat de nieuwe apparatuur beter is dan de apparatuur die gebruikt wordt in de sportschool van hun oud opdrachtgever.<\/p>\n\n\n\n

Het uitgangspunt: vrijheid van concurrentie<\/h2>\n\n\n\n

De rechter oordeelt dat een werknemer zijn voormalig werkgever in beginsel mag beconcurreren als er geen of geen geldig concurrentie- of relatiebeding is opgenomen in de overeenkomst.  Bij concurrerende werkzaamheden kan gedacht worden aan het oprichten van een concurrerende onderneming, in dienst treden bij een concurrent of klanten van de voormalig werkgever benaderen.<\/p>\n\n\n\n

Uitzondering: onrechtmatige concurrentie in Vesta\/Boogaard<\/h2>\n\n\n\n

Het voorgaande betekent niet dat een werkgever direct met lege handen staat. Zelfs als er geen concurrentiebeding is opgenomen in de arbeidsovereenkomst kan sprake zijn van onrechtmatige concurrentie. In het standaardarrest Boogaard\/Vesta<\/a> uit 1955 heeft de Hoge Raad een aantal omstandigheden genoemd waaraan voldaan moet worden wil er sprake zijn van onrechtmatige concurrentie, te weten:<\/p>\n\n\n\n