Thom van den Boomen - De Voort Advocaten | Mediators https://devoort.nl/author/thom-vandenboomen/ Toonaangevend advocatenkantoor gespecialiseerd in juridisch advies, procesbijstand en mediation voor ondernemingen, organisaties, overheden en particulieren. Onze ervaren specialisten blinken uit in strategisch inzicht, praktische oplossingen en heldere communicatie. Wij zetten ons in om samen met u uit te blinken en het beste resultaat te bereiken. Ontdek onze expertise en maatschappelijke betrokkenheid in de regio Tilburg. Thu, 07 May 2026 08:14:56 +0000 nl-NL hourly 1 https://wordpress.org/?v=7.0.7 https://devoort.nl/wp-content/uploads/2020/10/cropped-logo-de-voort-32x32.png Thom van den Boomen - De Voort Advocaten | Mediators https://devoort.nl/author/thom-vandenboomen/ 32 32 Gewasbescherming nabij woningen: wanneer is het... https://devoort.nl/nieuws/gewasbescherming-nabij-woningen-wanneer-is-het-nog-toegestaan/ Thu, 07 May 2026 08:14:12 +0000 https://devoort.nl/?p=8939001671 Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen staat in toenemende mate ter discussie vanwege mogelijke gezondheidsrisico’s. Bij omgevingsplannen en (bouw)vergunningen is volgens inmiddels […]

Het bericht Gewasbescherming nabij woningen: wanneer is het... verscheen eerst op De Voort Advocaten | Mediators.

]]>
Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen staat in toenemende mate ter discussie vanwege mogelijke gezondheidsrisico’s. Bij omgevingsplannen en (bouw)vergunningen is volgens inmiddels bestendige jurisprudentie van de hoogste bestuursrechter de standaard voor spuitzonering tussen agrarische gronden (waar gewasbeschermingsmiddelen mogen worden gebruikt) en gevoelige functies (zoals woningen) dat een afstand van 50 meter in acht moet worden genomen, en dat voor een kortere afstand locatie-specifiek onderzoek op basis van hiervoor toegespitste berekeningsmethodieken mogelijk is. De afstand moet een voldoende spuitvrije zone om bewoners te beschermen tegen nevel die overwaait tijdens het spuiten (‘drift’) borgen. Recent is dat ook weer bevestigd (zie hier).

Een recent (civielrechtelijk) arrest van het Hof ’s-Hertogenbosch heeft inmiddels ook een belangrijke rol gekregen in de rechtsontwikkeling rond dit vraagstuk.

Wat was er aan de hand?

In deze civielrechtelijke kortgedingprocedure ging het om lelieteelt op korte afstand (10-30 meter) van een woonwijk. Tijdens de teeltperiode, van mei tot en met september, wordt intensief gebruik gemaakt van verschillende gewasbeschermingsmiddelen, waarvan uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat deze schadelijke gevolgen kunnen hebben voor de gezondheid. De gebruikte middelen zijn toegelaten op grond van de Europese Verordening (EG) 1107/2009.

De omwonenden stelden dat dit toelatingssysteem hiaten kent, omdat onvoldoende is onderzocht of de middelen schadelijke degeneratieve effecten veroorzaken. Daarmee doelen zij op effecten die zich op langere termijn manifesteren, zoals een geleidelijke achteruitgang van het zenuwstelsel (bijvoorbeeld bij Parkinson).

Zij vorderden in kort geding een verbod op het gebruik van deze middelen, onder meer op basis van het Europeesrechtelijk voorzorgsbeginsel en onrechtmatige daad. De teler voerde aan dat de middelen zijn toegestaan en dat het gebruik daarvan niet onrechtmatig is.

Wat vindt het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch?

In hoger beroep oordeelt het hof dat het voorzorgsbeginsel niet als zelfstandige grondslag kan dienen in een civiel geschil tussen particulieren.

Het gevorderde verbod wijzen zowel (eerst) de Voorzieningenrechter van de rechtbank en ook het Hof toe. omdat volgens het Hof wel degelijk sprake is van een (dreigende) onrechtmatige daad. Daarbij is van belang dat:

  • de middelen potentieel schadelijke effecten hebben;
  • geen volledige risicobeoordeling heeft plaatsgevonden (met name t.a.v. langetermijneffecten);
  • het toelatingssysteem daardoor in dit geval een omissie bevat.

De teler kan daarom niet zonder meer vertrouwen op de toelating van de middelen. Gezien de korte afstand tot woningen en de aanwezigheid van kwetsbare groepen geldt een verhoogde zorgvuldigheidsnorm. Door de middelen toch te gebruiken, handelt de teler in strijd met wat maatschappelijk betamelijk is.

Wat betekent deze rechtspraak (voor u)?

De uitspraken van de (hoogste) bestuursrechter én dit civielrechtelijke arrest laten zien dat onder meer woningbouw nabij agrarische gronden met (mogelijk) teelten niet vanzelfsprekend samengaan, en dat omgekeerd het gebruik van toegelaten gewasbeschermingsmiddelen voor een agrariër niet vanzelfsprekend is in de nabijheid van woningen, óók niet als het gebruik planologisch of op basis van een verkregen omgevingsvergunning is toegestaan.

Heeft u als ontwikkelaar of omwonende te maken met een vergelijkbare situatie en wilt u weten waar u juridisch staat? Neem dan gerust contact met ons op. Wij denken graag met u mee.

Het bericht Gewasbescherming nabij woningen: wanneer is het... verscheen eerst op De Voort Advocaten | Mediators.

]]>
Bestemming “Wonen” met zorg begrenzen in het... https://devoort.nl/nieuws/bestemming-wonen-met-zorg-begrenzen-in-het-bestemmingsplan/ Tue, 15 Apr 2025 10:59:52 +0000 https://devoort.nl/?p=8939000955 De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: “Afdeling”) oordeelt in haar tussenuitspraak van 19 maart 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:1183) dat […]

Het bericht Bestemming “Wonen” met zorg begrenzen in het... verscheen eerst op De Voort Advocaten | Mediators.

]]>
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: “Afdeling”) oordeelt in haar tussenuitspraak van 19 maart 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:1183) dat planregels die voorzien in een reguliere woonbestemming in een bestemmingsplan, waarbij blijkens de plantoelichting mede het verlenen van (intramurale) zorg is beoogd, voldoende duidelijk moeten maken in welke mate deze combinatie van functies in overeenstemming is met de woonbestemming. Omdat de raad dat in dit bestemmingsplan niet voldoende had begrensd of geborgd, heeft de Afdeling geoordeeld dat dit deel van het bestemmingsplan wegens strijd met de rechtszekerheid vernietigd moet worden.  

Met de nog altijd veranderende maatschappelijke ontwikkelingen in de zorg en zorgconcepten, blijkt het in de praktijk lastig om voor gebouwen met een woonfunctie (veelal appartementencomplexen) in combinatie met een zorgelement met de bestemming ‘wonen’, ‘wonen met zorg’ of ‘maatschappelijk’ duidelijk begrensde gebruiksmogelijkheden te omschrijven, zo leert ook deze casus.

Wat speelde er?

Bij besluit van 13 december 2021 heeft de raad van de gemeente Hattem het bestemmingsplan “Woonzorgzone, Hattem” vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet onder meer in een juridisch-planologisch kader voor de ontwikkeling van drie appartementencomplexen. Bij twee van de drie appartementencomplexen is het de bedoeling om een zorgcomponent toe te voegen ten dienste van de bewoners in de vorm van een ruimte waar zorgverleners zorg kunnen leveren en zo nodig kunnen blijven overnachten. Een aantal omwonenden vreest aantasting van hun woon- en leefklimaat omdat naar hun inzicht hiermee onbegrensde woonconcepten met intramurale zorg mogelijk zijn.

Woonbestemming onvoldoende gedefinieerd: strijd met rechtszekerheid

De Afdeling vangt haar oordeel aan met de opmerking dat ‘minder traditionele’ woonvormen zich met een woonbestemming verdragen, indien daarbij sprake is van nagenoeg zelfstandige bewoning. In dergelijke gevallen dient de woonfunctie – bij het ontbreken van een definitiebepaling in de planregels van “wonen” die anders bepaalt – het hoofddoel te blijven. In die zin volgt de Afdeling een bestendige lijn uit de jurisprudentie.

De Afdeling oordeelt dat appellanten terecht stellen dat op het moment dat de nadruk van het verblijf in de woningen verschuift van zelfstandige bewoning naar zorg, dat gebruik zich niet langer verdraagt met de bestemming “Wonen – Woongebouw”, maar een meer maatschappelijk karakter krijgt. In de plantoelichting stelt de raad dat hij met de bestemming “Wonen – Woongebouw” ook heeft willen voorzien in een woonvorm waarbij de nadruk – al dan niet tijdelijk – ligt op het zorgelement en dus niet op het woonelement. Dat feitelijk gebruik is volgens de Afdeling niet in overeenstemming met het planologisch kader uit het bestemmingsplan. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat de veranderende opvattingen over en ontwikkeling in de zorg ertoe hebben geleid dat steeds meer andere dan traditionele, meer kleinschalige, initiatieven in het leven worden geroepen, waarbij zorg wordt gecombineerd met al dan niet meer of minder zelfstandige bewoning.

Conclusie

Bij zorgvastgoed is van belang het beoogde gebruik eenduidig en duidelijk in de bestemming én de uitwerking van de betreffende planregel op te nemen. Als dat niet, of op onjuiste wijze gebeurt, levert dat strijd op met het rechtszekerheidsbeginsel. Heeft u vragen over (zorg)vastgoed of andere bestuursrechtelijke onderwerpen? Neem dan gerust contact op met mr. Angela Coppelmans of een van onze andere specialisten.

Het bericht Bestemming “Wonen” met zorg begrenzen in het... verscheen eerst op De Voort Advocaten | Mediators.

]]>